|
|
Op 28 september 1917 breekt er een brand uit in de toren van de nieuwe kerk aan het Spui. De Brandweer van 's-Gravenhage beschikt op dat moment over 2 Benz autospuiten en de drie automobielstoomspuiten. In het bijgaande brandverslag is te lezen hoe door de inzet van de 2 Benz autospuiten en 2 automobielstoompsuiten de monumentale kerk uit 1656 behouden is gebleven. 28.9.1917 Uitslaande Brand. Loodgieters, bezig met het verrichten van herstellingen aan de kroonlijst ter hoogte van de wijzerplaat, hebben door de vlam van een benzinelamp
het houtwerk van de
kroonlijst in brand gestoken. Hun pogingen deze te blussen mislukte. Bij
aankomst van de brandweer had, mede tengevolge van de sterke wind, de brand zich
reeds naar alle richtingen uitgebreid. Het rondgaande houtwerk ter hoogte van de
kroonlijst was sterk door het vuur aangetast geworden. Gedurende de tijd, die
noodwendig verloopt, voordat de eerste straal op zulk een hoogte (40 m)is
aangebracht, was de brand reeds zeer toegenomen. Het tijdverlies aan het ophalen der slangen verbonden, grotendeels veroorzaakt doordat het dak slechts te bereiken was door één smalle wenteltrap, deed het gemis van een mechanische ladder uitermate gevoelen. Met een zevental stralen, waarvan enige nu vanaf de rond de toren nog aanwezige bouwsteiger van zeer nabij het vuur konden bestrijden, gelukte het ten slotte het vuur in hoofdzaak meester te worden. Binnen in de toren duurde het nog geruime tijd voordat alle ruimten en naden waarin zich het vuur verspreid had, waren bereikt en het nog smeulende houtwerk daarin geblust was. Ter bewaking gedurende de nacht werd een autospuit met bemanning onder bevel Van een brandmeester achter gelaten en een straal op de stelling gereed gehouden. Op mijn verzoek werd door het G.E.B. door middel van een prikkabel een electrische verlichting op de toren en het terrein aangebracht. Gedurende de nacht werd geen spoor van brand meer ontdekt, zodat de volgende morgen het laatste materieel en personeel kon inrukken. De schade bepaald zich grotendeels tot het houtwerk van de kroonlijst en de eiken pilasters, die op sommige plaatsen enige centimeters ingebrand waren. Verder leed de kerk waterschade aan de inventaris als kussens enz.; het orgel bleek de volgende morgen echter bij bespeling geheel ongedeerd te zijn gebleven. Dank zij de onmiddellijke nabijheid van brandputten en de krachtige werking van de auto- en stoombrandspuiten werd een bouwwerk van hoge architectonische waarde tegen vernietiging gevrijwaard.
naschrift redactie:
|
|