Voorbereidingen 

Home
Up

Zoek op onze site:

 

Voorbereiding

De eerste fase zal er op gericht zijn om het wagendeel te bouwen. Van de reeds bekende gegevens worden bouwtekeningen vervaardigd. Van deze tekeningen af worden de onderdelen vervaardigd. Thans is het houtwerk dat aan het voertuig zit volledig gerealiseerd. De vier wielen, de bok en het stuur zijn vwb de houtbewerking gereed. Het gietwerk van de aspotten, de fabrieksplaten en het stuur zijn gaande.

De tweede fase is de ketelbouw en de derde fase de machinebouw. Het is de planning om de machine en pomp eerst op schaal te bouwen. Dit werkend schaalmodel moet de (detail) informatie leveren over de uiteindelijke  machine en pomp.

Tijdens het project wordt veel gebruik gemaakt van het in de loop van de afgelopen 20 jaar opgebouwde relatie bestand. Voor veel onderdelen kan terug gevallen worden op kennis en kunde van veel personen en bedrijven. Hierbij wordt ook nadrukkelijk gebruik gemaakt van technieken die ons heden ten dage ter beschikking staan. Via internet is contact met een Amerikaan die inzicht geeft in de stoombeweging van de machine. Om een inzicht te krijgen hoe de machine gaat worden is een 3D computer animatie gemaakt waarbij het voertuig in kleur te zien is. Ook bij de bouw wordt gebruik gemaakt van nieuwe technieken, de houten spaak wielen zijn geheel op een computer gestuurde frees bank gebouwd. De afwijking in rondheid van het achterwiel met een diameter van 1090 mm is minder dan 0.01 mm!! Toch zal de grootste uitdaging zijn om het voertuig te bouwen met de huidige technieken en het de uitstraling van 1910 te geven!

 

1999

1e serieuze gedachten voor het bouwen van een replica worden gevormd
 

2000 In het automobielmuseum in Raamsdonkveer staat een Bikkers kolkenzuiger. Veel onderdelen van deze kolkenzuiger zijn gelijk aan die van de stoombrandspuiten.

De kolkenzuiger wordt aan een uitgebreid onderzoek onderworpen en alle onderdelen worden opgemeten en fotografisch vastgelegd.

 

 

1999-2002

Research.

 In de archieven van het Korpsmuseum Den Haag wordt gezocht naar foto en overig materiaal. Duidelijk wordt dat er geen tekeningen of uitgebreide beschrijvingen van het voertuig aanwezig zijn.  Wel wordt een reglement aangetroffen met een uitgebreide beschrijving van de taken van de diverse bemanningsleden op het voertuig.

Middels deze beschrijving worden antwoorden gegeven op enkele technische vragen. Er wordt gezocht naar een mogelijkheid om dimensies van het voertuig te bepalen.  Op een foto wordt een situatie gevonden welke heden nog bestaat. Aan de hand van deze foto waarbij een van de drie voertuigen voor de post Duinstraat in Scheveningen staat wordt de hoogte van de spuit bepaald. Met deze hoogtemaat worden de overige maten (soms bij benadering) bepaald. Er zijn controles voor de maatvoering uitgevoerd naar herkenbare punten waar we de beschikking over hebben zoals o.a. de fabrieksplaten op de voorzijde van het voertuig, het peilglas voor het water niveau in de stoomketel en de manometers.

 Onderzoek wordt verricht in ondermeer het Gemeentearchief voor foto’s en bescheiden uit het brandweerarchief. Het Rijksarchief wordt onderzocht op zoek naar het archief van het Stoomwezen. Deze beide archieven worden thans aan een nader onderzoek onderworpen door verkregen nieuwe informatie en inzichten.

Het Gemeentearchief Rotterdam is onderzocht voor gegevens van de fabrikant Bikkers.  Het Nederlands Octrooibureau is benaderd voor patenten die mogelijk door Bikkers aangevraagd zijn.

Het Science museum in Londen is benaderd voor informatie omtrent “self propelled steamfire engines”. In het archief van het Science museum zijn gegevens gevonden in  het magazine “”the engineer” onder meer omtrent de besturing van het voertuig en de oliebrander voor de stoomketel.

 

 

 

Veel energie is gestoken in het zoeken naar het Bikkers archief. De fabriek uit Rotterdam is in 1983 failliet verklaard. Uit onderzoek blijkt dat het tekeningenarchief tot op het laatste moment in het pand is achter gebleven. Via oud werknemers van Bikkers en de curator van het faillissement is goed zicht gekregen in de situatie. Het archief kwam echter niet boven water. 

Eind 2002 werd duidelijk dat het toch bewaard was gebleven. Een gedeelte van het archief was aangeboden aan het brandweermuseum Hellevoetsluis. Op dit moment wordt onderzocht of in de thans gevonden delen voor het project bruikbare items zitten.

 De Bikkers voertuigen:

 In Nederland zijn nog een aantal door Bikkers gebouwde voertuigen beschikbaar. Er staan stoombrandspuiten in Wormerveer, Gorinchem, Borculo, Hellevoetsluis, Roosendaal en we hebben natuurlijk zelf de Leidse stoomspuit in beheer. Op deze voertuigen zijn onderdelen gemonteerd welke ook exact gelijk zijn aan bijvoorbeeld appendages die op No. 4 zitten.  Al deze voertuigen zijn door paarden getrokken. Hoe zit het dan met de aandrijving vanaf de stoommachine?

Zo’n tien jaar geleden is er onderzoek gedaan naar de haalbaarheid om een door Bikkkers gebouwd stoomvoertuig weer in werkende conditie te brengen. In het Nationaal automobiel museum in Raamsdonksveer staat een stoommachine die eigendom is van de gemeente Amsterdam. Het betreft een stoom vacuümpomp die door Bikkers is gebouwd voor het ledigen van latrines ofwel beerputten. Dit is een voertuig wat zichzelf kan voortbewegen middels de stoommachine en een kettingaandrijving naar de achterwielen. Juist van deze machine zijn veel details voor de manier van aandrijving voor No. 4 overgenomen.

 

De tekeningen:

 Er is alleen zwart / wit beeld materiaal beschikbaar van het voertuig. Er wordt contact gezocht met Stefan Zoutewelle. Deze detailtekenaar maakt van een foto een detailtekening waarna kleur wordt toegevoegd om een beter beeld te krijgen hoe het voertuig er uit gaat zien. Deze tekening zal vooral gebruikt worden om tijdens de bouw fase aan relaties een indruk te kunnen geven van het project.

 Uit het onderzoek zijn tot op heden nog geen tekeningen gevonden, waar van gebouwd kan worden. Er wordt besloten om zelf bouwtekeningen te maken. Hiervoor wordt Wim Heimans bereid gevonden om van de schetsen en aantekeningen welke gemaakt zijn, om te zetten tot geschikte bouwtekeningen.

Ter ondersteuning van de bouwfase wordt een 3 dimensionale tekening vervaardigd door Mette Corssel. Van het beschikbare fotomateriaal wordt gewerkt aan een computeranimatie van No. 4.

Afsluiten onderzoek:

Het haalbaarheidsonderzoek wordt afgesloten. Op een aantal (technische ) vragen kan nog geen 100% antwoord gegeven worden. Onduidelijk blijft vooralsnog van welke omkeermechanisme gebruik wordt gemaakt zodat No. 4 voor en achteruit kan rijden. Desondanks wordt er gewerkt aan een voorstel voor de medewerkers van de SHB. Hierin is een opzet met technische fasering van het project beschreven, maar ook de financiële en juridische kant wordt belicht.

 

Najaar 2002

Bestuur en medewerkers gaan akkoord met het plan. Afspraken worden gemaakt omtrent de financiering, de S.H.B. draagt 50% van de kosten,  medewerkers stellen zich garant voor een eventueel tekort.

 Een opzet wordt gemaakt om tot een juridisch sluitend geheel te komen waarbij waarborgen zijn ingebouwd voor de financiers, de SHB en een aantal medewerkers als wel voor de initiatiefnemers van het project. Het voorstel wordt door een jurist getoetst en vervolgens bij de notaris ter toetsing neergelegd.
 

December 2002

Girorekening: 1265432 "rijdende stoomspuit No 4" te Zoetermeer wordt geopend
 

Januari 2003

Mette Corssel legt de laatste hand aan een 3- dimensionaal computermodel van de stoomspuit.

Er wordt nieuw onderzoek verricht in het Gemeentearchief en het Rijksarchief om gegevens te verzamelen die het project kunnen ondersteunen.
 

22 januari 2003

Het project no 4 wordt officieel gestart en gepresenteerd aan relaties en de pers. Brandweerhistoricus en oud odnercommandant van Den Haag. Ir. H. de Haas geeft het officiële startsein voor de start van het project.


 

Ga terug naar de top van deze pagina

Hit Counter

                    

  Info@brandweerevenementen.nl